Drie marsroutes voor het ontwikkelen van gedragsinterventies

Door Bert Pol

Als je gedragsinterventies ontwikkelt, kun je het beter goed doen óf helemaal niet. Het is namelijk niet alleen veel werk, er kan ook veel van afhangen: gezondheidswinst, het voorkomen van schulden, veiligheid in het verkeer, om er maar een paar te noemen. Wat helpt, is een systematische aanpak die voorkomt dat je al interventies gaat ontwikkelen, voordat je het probleem goed en wel geanalyseerd hebt. Of communicatiemethoden en -middelen kiest zonder dat je een goed overzicht hebt van de grenzen, mogelijkheden en complementariteit ervan.

Er zijn gelukkig diverse methodieken die behulpzaam zijn bij een systematische ontwikkeling van de interventies. Drie bekende zijn Planning health promotion programs. An intervention mapping approach (hierna aangeduid als Intervention Mapping) [1], het Behaviour Change Wheel [2] en CASI [3]. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Wie kan welke het best gebruiken? Hieronder worden bij deze methodieken kanttekeningen geplaatst.[4]

Elk van de drie publicaties geeft een beschrijving van de stappen die je achtereenvolgens – volgtijdelijk, dus niet in willekeurige volgorde – moet zetten om tot een zo trefzeker resultaat van de interventie te komen.

Karakteristiek van de methodieken

Intervention Mapping
Intervention Mapping werd ontwikkeld aan de universiteiten van Maastricht en Houston. Ze heeft haar wortels in de gezondheidspsychologie – vooral gericht op preventie – maar is ook uitstekend bruikbaar als wegbereider voor de ontwikkeling van gedragsinterventies in andere domeinen (zoals veiligheid en sociale problematieken als het voorkomen van problematische schulden). De term ‘mapping’ is niet zo eenvoudig in het Nederlands te vertalen. Misschien geeft ‘het ontwikkelen van een marsroute’ het karakter van ‘mapping’ in de context van Intervention Mapping het duidelijkst weer.

Intervention Mapping geeft niet alleen de marsroute aan, maar verstrekt de interventie-ontwikkelaar ook een grondige bespreking van problemen en de aanpak daarvan die hij of zij bij iedere stap onderweg tegenkomt, alsmede manieren om die op te lossen dan wel te vermijden.[5]

Het Behaviour Change Wheel
Ook het Behaviour Change Wheel – ontwikkeld door Britse gezondheidspsychologen – geeft de achtereenvolgens te zetten stappen in het proces om tot gedegen gedragsinterventies te komen. Een voordeel voor de (nog) minder geoefende gebruiker/ ontwikkelaar is dat iedere stap en substap wordt afgesloten met een schema, dat aan de hand van een voorbeeld door de auteurs is ingevuld. Daarna vindt de gebruiker een leeg schema dat hij of zij zelf kan invullen aan de hand van een voorbeeld uit de eigen praktijk. Dat is een wat schoolse aanpak, maar het voordeel is dat je die schema’s ook kan gebruiken als een soort checklist bij de interventieontwikkeling. Het voorkomt dat je een of meer elementen inderhaast over het hoofd ziet.

CASI
CASI
– voluit het Communicatie Activatie Strategie Instrument – is ontwikkeld door de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) van de Rijksoverheid.[6] Het is, sinds gedragsbeïnvloeding na een afwezigheid van tien jaar weer helemaal terug is in overheidscommunicatie [7], bedoeld ‘als handvat om wetenschappelijke inzichten over gedrag toe te passen in communicatie. De opbrengst is input voor de strategie in de vorm van een communicatieplan, advies of briefing en levert de bouwstenen voor de interventies. Het doorlopen van het CASI-proces zorgt voor onderbouwde keuzes en draagvlak in de organisatie’. (p.3)
Zoals het bovenstaande citaat ook aangeeft is de primaire doelgroep de communicatieadviseur. En is behalve de ontwikkeling van gedragsinterventies, het creëren van draagvlak in de betrokken overheidsorganisatie een belangrijk doel van de aanpak. Dat laatste is ook goed te merken: CASI is vooral een op het proces gerichte methodiek.

Per stap wordt aangegeven wie allemaal betrokken moeten worden en welke rol de verschillende functionarissen dienen te vervullen. Dat is ook niet zo gek: in ministeries is (op verandering gerichte) communicatie een van de instrumenten bij beleidsontwikkeling. Daarbij ontstaan gemakkelijk interpretatieverschillen tussen de beleids- en de communicatiemedewerkers. Bij de beleidsverantwoordelijken kunnen beelden of verwachtingen van de wijze van communiceren leven die, als ze niet op een onderbouwde manier worden bijgestuurd, op het eind van het proces tot fricties leiden. Betrokkenheid van het beleid van het begin van de interventieontwikkeling af aan, helpt om iedereen op één lijn te krijgen en te houden. Hierdoor kunnen halfslachtige compromissen als eindresultaat voorkomen kunnen worden.

Het is overigens niet zo dat Intervention Mapping en het Behaviour Change Wheel geen aandacht aan de implementatiefase schenken, maar zij geven geen uitsplitsing naar functieniveaus en zijn niet gericht op de omgeving van de Rijksoverheid. Dat is niet zo wonderlijk, want dat is niet het werkveld waarop Intervention Mapping en het Behaviour Change Wheel zich specifiek richten.

Inhoudelijke onderbouwing

Op het punt van inhoudelijke onderbouwing komt Intervention Mapping met afstand op de eerste plaats. Een zeer groot aantal relevante theorieën wordt besproken. In hoofdstuk 2 en 3 komen onder meer leertheorieën, theorieën over informatieverwerking, gezondheidsgedrag, gepland gedrag, automatisch gedrag, attributie, persuasieve communicatie, stigmatisering, zelfregulatie, alsmede omgevings- en organisatietheorieën (p. 57 – 208) aan de orde. Dat is, kortom, een bijzonder rijk palet.

Dat onderscheidt Intervention Mapping van zowel het Behaviour Change Wheel als van CASI. Het Behaviour Change Wheel verwijst voor een overzicht van relevante theorieën door naar het boek ABC of Behaviour Change Theories.[8]
CASI geeft geen behandeling van theorieën. Waarschijnlijk is de reden daarvan dat men het de rol van de gedragsdeskundige vindt om de relevante theorieën in te brengen in het team van bij de interventieontwikkeling betrokkenen. Daar zit overigens wel een risico van CASI: de gedragskennis wordt daarmee volkomen in handen gelegd van één persoon. Veel gedragsvraagstukken zijn echter dermate weerbarstig dat een cruciaal aspect van interventieontwikkeling intensieve gedachtewisseling van een aantal gedragsexperts vraagt. Niemand kent en overziet individueel de details van alle gedragstheorieën: er moet geput worden uit de brainstorm van die experts. Iets soortgelijks geldt ook voor de zoekstrategieën bij het inventariseren van de wetenschappelijke databases en het beoordelen van de publicaties.

Bruikbaarheidsevaluatie op hoofdlijnen
Welke aanpak je het beste kan gebruiken, is voor een deel afhankelijk van de aanwezige voorkennis, voor een ander deel van het doorzettingsvermogen en de inhoudelijke gedrevenheid van wie zich bezighoudt met gedragsverandering.

Intervention Mapping is de rijkste bron. De verschillende stappen worden uitvoerig, op heldere wijze en uitstekend gedocumenteerd uiteengezet. Buiten de gezondheidspsychologie lijkt evenwel meer gebruikgemaakt te worden van de andere twee hier gekarakteriseerde methodieken. Dat kan ermee te maken hebben dat de titel niet het tegenwoordige signaalwoord ‘behaviour’ bevat. Ook de materiële omvang en inhoudelijke diepgang zou kunnen afschrikken, vooral als je geen of weinig sociaalwetenschappelijke kennis of ervaring hebt. Er zijn overigens voor het gebruiken van Intervention Mapping wel trainingen te volgen, alsmede diverse hulpbronnen beschikbaar.[9] Wie doorzet wordt echt rijkelijk beloond met praktisch toepasbare wetenschappelijke kennis en vaardigheden. Het Behaviour Change Wheel is compacter, (wat ook tot uiting komt in de omvang van de beide boeken: resp. 329 pagina’s tegenover de 678 pagina’s van Intervention Mapping).

Het Behaviour Change Wheel heeft een zonder meer degelijk wetenschappelijk fundament, maar dat fundament blijft overwegend impliciet: theorieën en interventietechnieken worden in het boek niet of slechts summier beschreven. Daarvoor moet je andere bronnen raadplegen. Handig zijn zonder meer de in te vullen schema’s die ervoor zorgen dat je niet snel aspecten over het hoofd ziet bij de interventie-ontwikkeling.

CASI is een procesmodel dat de processtappen beschrijft en de aan tafel benodigde functies en hun rollen. Eerder werd al opgemerkt dat CASI geen theorieën behandelt. Dat geldt ook voor de gedragsinterventies. Blijkbaar gaat men ervan uit dat die bij de gedragsdeskundige in het team goed belegd zijn. Dat is niet helemaal risicoloos, zoals betoogd. De CASI-aanpak geeft weer wel veel aandacht aan het betrekken van de beleidsafdelingen. Vraagtekens kun je erbij plaatsen dat de gebruiker wordt toegeleid naar acht interventiestrategieën. (Hoofdstuk 8)

Dat is beperkend: alsof er niet meer mogelijkheden zijn en moeten zijn dan die acht strategieën. Bij Intervention Mapping en het Behaviour Change Wheel is sprake van een open einde. Dat is niet in de zin van losse eindjes, het open einde is noodzakelijkerwijze inherent aan het feit dat er zoveel factoren zijn die een gedragsinterventiestrategie bepalen, dat je nooit van tevoren kan vastleggen dat er acht varianten zijn. Op basis van de afweging van de verschillende factoren kom je tot een tailor made strategie. Oneerbiedig gezegd is het maatwerk tegenover confectie.
Een ander punt waarbij vraagtekens geplaatst kunnen worden, is ‘het bedenken van creatieve interventies’ in de groep die bestaat uit een facilitator, gedragsexpert, communicatieadviseur, beleidsadviseurs, stakeholders en bureaus (p. 29 en 33). Wellicht is het deels een formuleringskwestie: wat zijn ‘creatieve interventies’? Maar het lijkt raadzaam de selectie van de interventies en de creatieve vertaling over te laten aan respectievelijk gedragsexperts en creatieve bureaus. De interventies vervolgens bespreken in een breder team van communicatieadviseurs, beleidsadviseurs en stakeholders zal zonder meer nuttige feedback opleveren, bijvoorbeeld over onverwachte en ongewenste neveneffecten. Datzelfde geldt voor de creatieve vertaling door reclame- of designbureaus. In de praktijk is dit gemeengoed. Het lijkt verstandig dat aan te houden om compromissen op grond van bijvoorbeeld machtsverhoudingen tijdens het proces te voorkomen.

Welke aanpak is voor wie het meest geschikt?
Voor wie als communicatieprofessional in een overheidsorganisatie werkt en niet goed op de hoogte is van sociaalwetenschappelijke literatuur en methoden, maar wel gedragsverandering moet bewerkstelligen, is CASI een bruikbare methodiek. Zij het met de hierboven gemaakte inhoudelijke kanttekeningen. Voordeel voor de ontwikkeling van gedragsinterventies in grote overheidsorganisaties is de aandacht voor het creëren van intern draagvlak.
Wie wel kennis heeft van en ervaring met sociaalwetenschappelijke literatuur en methoden biedt het Behaviour Change Wheel een compacte, wetenschappelijk gedegen gefundeerde marsroute, met schema’s die dwingen tot precisie in de diverse stappen.
Wie echt geïnteresseerd is in een zo volledig mogelijk inzicht in, en overzicht van de ontwikkeling van gedragsinterventies, neemt het best Intervention Mapping als leidraad en naslagwerk (met een uitvoerige index!).
Het allerbest is natuurlijk alle drie de marsroutes naast elkaar te gebruiken en hun specifieke voordelen te benutten.

Literatuur

[1] Bartholomew Eldredge, L.K. Markham, C. M., Ruiter, R. A. C., Fernández, M. E., Kok, G., Parcel, G. S. (2016) Planning health promotion programs. An intervention mapping approach. (4th ed.), San Francisco: Jossey-Bass.
[2] Michie, S., Atkins, L., & West, R. (2014). The behaviour change wheel: a guide to designing interventions. Great Britain: Silverback Publishing.
[3] CASI – Communicatie Activatie Strategie Instrument. (2020) Den Haag: Dienst Publiek en Communicatie. www.communicatierijk.nl/vakkennis/ casi/documenten/publicaties/2019/03/08/ handleiding-casi.
[4] Zekerheidshalve zij vermeld dat de drie publicaties die hier aan de orde komen, geen methoden zijn voor interventieontwikkeling in de zin van theorieën. Het zijn methodieken, die behulpzaam zijn bij een gedegen werkwijze voor interventieontwikkeling.
[5] Zie ook effectivebehaviorchange.com
[6] CASI is te downloaden op: www.communicatierijk.nl/vakkennis/ casi/documenten/publicaties/2019/03/08/ handleiding-casi
[7] Zie Pol, B. en Swankhuisen, C. (2020) Overheidscommunicatie. Een gedragswetenschappelijke aanpak. Bussum: Coutinho. p. 22-23.
[8] Michie, S, Campbell R, Brown J, West R. ABC of Behaviour Change Theories. London: Silverback Publishing. 2014. http://interventionmapping.com/summer course/
[9] Op effectivebehaviorchange.com is een ‘basic introduction’ van Intervention Mapping te vinden, alsmede een aantal bijzonder behulpzame artikelen over aspecten van interventieontwikkeling.

Dit artikel verscheen in nr. 2 (2021) van communicatievakblad C.

Lees ook:

Tabula Rasa zoekt stagiairs

Vanaf 2022 hebben we weer stageplekken voor studenten die in zowel onderzoek als strategie wil meewerken aan onze uiteenlopende projecten voor ministeries, grote gemeenten en andere opdrachtgevers.

Lees maar, er staat niet wat er staat.

Taal, communicatie, maakt informatieoverdracht en dialoog mogelijk, maar ook het zand strooien in de ogen van de gespreksgenoot, toehoorder of lezer. Ook nu kent de communicatieprofessie beide kanten van de medaille.
Drukte op Schiphol, ook nu Nederland code rood heeft door een piek aan besmettingen.ANP Ramon van Flymen

Alleen bij levensgevaar passen we ons bij een pandemie aan

Laten we de corona-versoepelingen eens als een kolossaal gedragsexperiment zien. Wat leren we dan? Communicatiewetenschapper Bert Pol in de Gedragscolumn.